Erkenning LSSO opleidingen

Geplaatst op 5 juli 2017

Zijn jullie diploma’s erkend? Eén van de meest aan ons gestelde vragen! We willen daar een zo duidelijk mogelijk antwoord op geven. Er bestaan in Nederland geen regels voor erkenningen. Dé erkenning bestaat dus niet. Je kunt het ook omkeren: alle diploma’s zijn erkend. Als jij een opleiding aanbiedt en het diploma daarvan erkent, is het een erkend diploma. Erkend door wie? Door jezelf!

"Is het diploma erkend?" is daarom een verkeerde vraag. "Door wie is het diploma erkend?"' zou je moeten vragen. We geven hieronder enige uitleg over de erkenningen die je in Nederland tegenkomt en de zin of onzin daarvan. Het is leuk, als jouw diploma erkend is. Maar het is wél zo prettig als een instantie van enig gewicht die erkenning toewijst. In grote lijnen kom je de volgende erkenningen tegen in het onderwijs:

Erkend door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW)

Het ministerie van OCW erkent de diploma's van opleidingen, die onder het toezicht van de onderwijsinspectie vallen. Grofweg is dat het reguliere onderwijs, het onderwijs dat door het ministerie gesubsidieerd wordt (middelbare scholen, ROC's, HBO's, enz.).

Een erkenning door OCW legt gewicht in de schaal, omdat het ministerie natuurlijk niet de eerste de beste instantie is. De LSSO-diploma's en certificaten zijn niet door OCW erkend. Dat willen we ook niet. De meeste ROC's bieden immers onze opleidingen aan. En die ROC's hebben alle door OCW erkende beroepsopleidingen al in hun aanbod. Met LSSO willen zij juist de mogelijkheid creëren om praktische cursussen en opleidingen aan te bieden, die niet aan de eisen van het ministerie hoeven te voldoen. Om een voorbeeld te noemen: als LSSO zou streven naar erkenning door OCW, dan zouden er verplichte stages aan de opleidingen gekoppeld moeten worden. En allerlei algemene theoretische vakken. (De opleidingen zouden dan ook veel langer duren.) Heel belangrijk allemaal voor een leerling, die nog in de leerplichtige leeftijd zit. Niet interessant voor de volwassenen, die onze opleidingen volgen.

Interessant dus, zo'n erkenning door OCW, maar niet voor onze doelgroep en dus door ons niet gewenst.

Branche erkenning

Veel branches (met name in de techniek) hebben zelf opleidingen in het leven geroepen, waarvan ze de diploma's erkennen. In die branche kun je met die diploma's overal terecht. In de procestechniek bijvoorbeeld, heb je de VAPRO-erkenning; in de installatietechniek de SEI. Binnen die branches bekende begrippen, daarbuiten nauwelijks (maar dat hoeft ook niet).

De LSSO-diploma's vallen niet onder de branche-erkenning. Dat kan ook niet, want kantoorfuncties zijn immers branche-overstijgend. Het heeft dus geen zin voor een aparte branche om te komen tot een branche-erkenning voor onze opleidingen.

Maatschappelijke erkenning

Als een diploma dusdanig bekend en controleerbaar is, dat burgers en bedrijfsleven er waarde aan toekennen, spreek je van maatschappelijke erkenning. Hiervoor moet het diploma aan een aantal kenmerken voldoen.

  • De opleidingen moeten landelijk bekendheid genieten en dus ook landelijk worden aangeboden. De LSSO-opleidingen voldoen ruimschoots aan deze norm, met opleiders in heel Nederland, in Suriname en op de Nederlandse Antillen en met meer dan 25.000 module-inschrijvingen per jaar.
  • Er moet een landelijke organisatie achter de opleidingen staan, die zorgt voor een goede organisatie en afstemming en waar informatie over de opleidingen kan worden ingewonnen. Het landelijk bureau van het LSSO wordt regelmatig door cursisten en bedrijfsleven benaderd om opzet, inhoud en niveau van de opleidingen toe te lichten.
  • De examens moeten op een objectieve manier worden afgenomen, overal in het land van gelijk niveau zijn en op kwaliteit gecontroleerd worden. Belangrijk hierbij is dat de opleider verantwoordelijk is voor het verzorgen van een goede opleiding, maar geen directe invloed heeft op de examinering. Het examenbureau LSSO is een onafhankelijk instituut, dat zorgt voor objectieve en overal in het land gelijkwaardige examinering. Dit examenbureau is verantwoordelijk voor de handhaving van en de controle op het niveau van de afgegeven diploma's.

Diploma's die onder de maatschappelijke erkenning vallen zijn bijvoorbeeld de boekhouddiploma's van de Associatie en STIBEX (BKB, PDB, MBA), de marketingdiploma's van NIMA, de diploma's voor kantoorfuncties van LSSO, de managementdiploma's van NEMAS, de computerdiploma's van EXIN, enz.

Instituutserkenning

Veel (vaak plaatselijk of regionaal werkende) instituten bieden opleidingen aan, waarbij ze zelf de examinering/toetsing verzorgen. Zij erkennen dus hun eigen diploma's, vandaar dat vaak van instituutsdiploma's gesproken wordt. Hoewel deze opleidingen kwalitatief best goed kunnen zijn, is het grote probleem dat de kwaliteit niet objectief kan worden vastgesteld. De opleider stelt immers zelf zijn examens op.

Van buitenaf kan niet worden vastgesteld wat het niveau van de opleiding is, zeker niet als het opleidingsinstituut buiten de regio geen naamsbekendheid heeft (we zeggen wel: die opleiding is binnen de eigen woonplaats ‘wereldberoemd', maar daarbuiten kent niemand het). De waarde van deze diploma's is minder groot vanwege de mindere bekendheid, maar vooral omdat de kwaliteit niet objectief meetbaar is.

Er zijn in Nederland talloze instituutsdiploma's op de markt, met name van plaatselijke kleinere opleiders. Ook grotere opleiders zoals LOI, Schoevers, NCOI, ISBW, enz., verstrekken instituutsdiploma's. Echter, deze grote landelijke aanbieders hebben een zo bekende naam, dat er in feite bij deze diploma's toch weer sprake is van een maatschappelijke erkenning.

Samengevat

Dé erkenning bestaat niet in Nederland. LSSO-diploma's vallen onder de maatschappelijke erkenning en zijn daardoor objectief controleerbare en waardevolle papieren.

« Naar overzicht